door Thijs Versteegh
Het antwoord op deze vraag kan niet anders dan JA zijn, één
kaart is maar de juiste!, al zijn er nog zoveel kaarten in
omloop. Ik zou graag met de kaart komen die het 'is', maar ik
zet louter alles eens op een rij, stel vragen, die daarbij
opgekomen zijn bij mij en ventileer wat gedachten. Ik hoop dat
u er iets van meeneemt naar huis en uw werk. Dan werken we
samen aan de antwoorden en spreken elkaar daarover een volgend
congres weer.
Eén kaart kan er maar de juiste zijn, ALS er zoiets als een
projectie van het lichaam op de voet bestaat. Ik zeg ALS, want
het hele idee van projectie is een hypothese.
Op de laatste ICR conferentie in Vancouver sprak Sandy Rogers,
over afschaffen van alle voetkaarten. Er zijn zeker 50 verschillende en hoe kunnen we daar ooit op een professionele
wijze mee voor de dag komen. Onze therapie is de meest effectvolle die er bestaat, de therapie van de toekomst. We weten
toch dat het werkt. Laten we ons gaan bezighouden met wat er
werkelijk op de voet te vinden is, botten, spieren, bindweefsel en zenuwen en niet met bijvoorbeeld een nierzone, waarvan
het bestaan discutabel is en die bovendien op verschillende
kaarten verschillend gesitueerd wordt. We behandelen toch de
hele voet, met een eventuele nadruk op gevoelige zones. En
diagnostiseren mogen we niet. Zo pleitte zij.
Ik ben het geheel eens, dat we hier een geweldige therapie
hebben. Ik weet het en zelfs dan nog sta ik soms weer verbaasd
wat die therapie vermag. Dit voorjaar behandelde ik een vrouw
met succes, die negen jaar leed aan chronische CO vergiftiging, waardoor veel zenuwfuncties zeer slecht functioneerden.
En dit ondanks het feit dat ze tijdens de uren van behandeling
nauwelijk op kon houden met over andere dingen te praten.
Maar.....hoewel ik ook veel twijfels heb over de kaarten voel
ik me toch niet bereid de ervaringen van velen die tot die
kaarten geleid hebben zo maar overboord te zetten. Ik ben
eerder geneigd te geloven dat er iets van waar is. Alleen wat
ik geloven moet, wist ik dat maar..
Ik wil in de eerste plaats pleiten om een strikte scheiding te
maken tussen de bruikbaarheid van bepaalde zones in therapeutisch en diagnostische zin en de projectietheorieën. Deze twee
worden over het algemeen nogal verweven.
Laten we eens kijken hoe kaarten eigenlijk ontstaan. Er wordt
een aantal effectieve zones gevonden en dan wordt er op een
'logische' wijze geinterpoleerd. Natuurlijk, het is dé manier
van wetenschap bedrijven. Op basis van bepaalde gegevens wordt
een hypothese gemaakt (in dit geval een kaart), die dan weer
getoetst wordt. Maar hoevelen van ons zijn zich er steeds van
bewust dat de kaarten allemaal hypotheses zijn en wie weet er
op hoeveel cq. hoe weinig min of meer zekere gegevens deze
hypothese gestoeld is. We weten weinig. We moeten ons bij de
feiten houden en dat is moeilijk, want we willen zo graag een
logisch systeem. Maar dat willen werkt juist wishfull thinking
in de hand, zeker als we te weinig stilstaan bij het feit dat
het niet meer dan een hypothese is.
Ondanks het feit dat we
niet veel weten, weten we wel, ik kan het niet genoeg benadrukken, dat ervaren reflexzonetherapeuten na jaren lang
gewerkt te hebben bepaalde zones menen te kennen. En mijn
uitgangspunt is, ik zei het al eerder, dat we daar van uit
moeten gaan, tot het tegendeel bewezen is. Teveel ervaring om
zo weg te gooien, en daar komt uw en mijn ervaring nog eens
bij. MAAR, laten we kritisch blijven en niet aan wishfull
thinking doen; in nagenoeg alle gevallen is die ervaring
louter klinisch en niet gedocumenteerd en van toetsing van de
gemaakte hypothese is al helemaal geen sprake. En die toetsing
is iets,waar we wel me zouden moeten beginnen in mijn ogen.
Maar terug naar de lezing van Sandy Rogers in Vancouver voor
een aardig detail. Ze toonde o.a. een kaart als deze, fig.1
waarbij de bovenste cervicale wervel veel lager ligt dan op de
meesten. Er is een gap tussen hoofd en nek. Hoe kan zo het
centrale zenuwstelsel communiceren met het lichaam vraagt zij
zich grappend af. Grappend ja, zoals we allemaal zo vaak
lachen om 'prachtige' voetkaarten. Ik vind dat zelf ook heerlijk en heb in Vancouver smakelijk meegelachen. Maar..als we
er serieus op ingaan - ze vertelde het tenslotte om haar idee,
de kaarten af te schaffen, kracht bij te zetten - is het nodig
dat de projectie van het hoofdgedeelte van het centrale zenuwstelsel op de voet communiceert met de projectie van het
lichaam alweer op de voet? Onbewust wordt hier meestal JA op
geantwoord, maar geachte collegae, het is een cruciale vraag
die ik hier stel. Ik herhaal hem nu iets gemodificeerd : Is
het nodig dat op de voet de meest bruikbare projectie van het
hoofdgedeelte van het centrale zenuwstelsel communiceert met
de meest bruikbare projectie van de nek? Het schijnt zo te
zijn dat projecties op de voet of waar dan ook op het lichaam
'logisch (zoals in het lichaam)' gerangschikt moeten zijn om
waar te kunnen zijn. Een vaak zonder enige bewuste overweging
aangenome axioma, dat weleens helemaal niet juist zou kunnen
zijn. Een vaak gemaakte gedachtefout, waardoor de 'kaarten'
zijn ontstaan, waar nu de twijfels over rijzen. Natuurlijk,
geen theorie zal geaccepteerd worden als die niet 'logisch'is,
maar er zijn zoveel vormen van logica. Als je je onbewust aan
één vasthoudt, kan het wel eens helemaal misgaan. Ik zal het u
laten zien: we nemen daarbij aan dat de 'anatomische' kaart
waar is. Op het zelfde ICR congres waar Sandy Rogers sprak
hield Hang Xiongwen uit China een lezing met de titel 'Reflexes in the lower leg',waarin hij de ECIWO theorie van Zhang
Yingquing uiteenzette. Deze theorie houdt in dat het hele
lichaam op alle onderdelen gereflecteerd wordt, als bij een
holografisch systeem (fig.2). Dit gaat zover natuurlijk dat
ook de metatarsalia opnieuw alles reflecteren (fig.3b), zoals
Zhang Yingquing dat al aangaf voor de metacarpalia (fig.2b).
Als we nu om het simpel te houden de twee kaarten (fig.3a en
3b)in één brengen krijgen we het volgende beeld (fig.4). En
wie van U wil nu beweren dat er niet een gap kan zitten tussen
de nek-reflex geprojecteerd net onder het caput ossis metatarsalis I en de hoofdreflex behorend bij de projectie op de hele
voet.
Het lijkt een academisch spelletje dat ik nu speel, maar het
is de kern van wat ik wil zeggen in dit verhaal. Laten we
kritisch zijn en als we een hypothese aannemen niet te gauw
iets wat daar niet 'inpast' afwijzen, of uit wanhoop alle
opgebouwde ervaring overboord zetten. Één locatie sluit een
andere niet uit en een kaart van de meest efectieve zones is
misschien in zichzelf geen logische kaart omdat het zones uit
verschillende microsystemen bevat.
Er wordt onderzoek gedaan in de wereld. In Nederland helaas
nauwelijks, maar o.a. in Denemarken zoals velen langzamerhand
weten behoorlijk uitgebreid. Leila Eriksen heeft daar als
voorzitster van de onderzoekscommissie van de FDZ op vorige
congressen uitvoerig over gesproken. Door deze studies wordt
overduidelijk en op wetenschappelijk wijze aangetoond hoe
effectief reflexzonetherapie is bij verschillende ziektebeelden. Echter, er wordt gewerkt met standaard behandelingen, een
behandeling van de hele voet, zodat we door deze studies niets
over de precieze ligging van de verschillende reflexzones te
weten komen.
Een opmerkelijke studie van Bill Flocco en Terry Oleson uit de
VS, (Obstetrics and Gynaecology 1993) probeert wel 'plaats te
bepalen', al is dat niet het doel van de studie. Er wordt een
groep clienten voor PMS behandeld via de aangenomen goede
zones en een andere groep, de controle groep, via aangenomen
totaal irrelevante zones fig.5. De resultaten waren opvallend; een verbetering van 46% van de gedocumenteerde PMS-
klachten bij de eerste groep tegen een verbetering van 19% bij
de controle groep. Toch twijfel ik of we wat mijn vraag
betreft veel kunnen met deze resultaten. Flocco past gecombineerde hand-,oor- en voetreflexzonetherapie toe, waardoor het
moeilijk wordt om iets te zeggen over de effectiviteit van de
verschillende zones op de voet. Het kunnen immers de punten in
het oor geweest zijn die het bereikte opmerkelijke positieve
resultaat bewerkt hebben. Een ander belangrijk punt is dat de
controle groep behandeld werd door gediplomeerde therapeuten
die dus wisten dat ze een 'irrelevante' behandeling gaven. We
moeten ons afvragen hoeveel invloed dit kan hebben.
Vaak wordt er door sceptici gezegd dat de resultaten die
reflexzonetherapie oplevert louter het gevolg zijn van een
mentale invloed, een placebo effect dus. Of we het verschrikkelijk moeten vinden als de therapie voor een deel op een
placebo effect zou berusten wil ik hier in het midden laten,
maar wel is van belang dat de studie zo gedaan is dat het
resultaat zou kunnen berusten op het feit dat de therapeuten
onbewust 'overbrachten' aan hun clienten dat ze een correcte
behandeling gaven of een 'verkeerde'.
Op dit gebied zijn er dus noch gedocumenteerde klinische
studies, noch studies met controle groepen.
Tot nog toe heb ik 'gespeeld' met de meest verbreidde hypothese, de anatomische kaart, er zijn er evenwel meer. Ik kan hier
niet ingaan op alle verschillende, die ik ken. Alleen de
hypothese gebaseerd op de segmentale opbouw, die Jan Dries
uiteen gezet heeft wil ik hier nog even belichten.
Het idee komt van Bourdiol, die het lichaam op verschillende
plaatsen/botten in het lichaam projecteert. In fig.6 toon ik
als voorbeeld het os coxae, waarbij Bourdiol ook vermeldt, wat
zijn uitgangspunten zijn: galblaas 26 en 27, punten die hun
klinische bruikbaarheid ruimschoots bewezen hebben bij symptomen die te maken hebben met de dermatomen Th 7 en Th12-L1. Een
interessant gegeven, maar voor een andere keer. Jan Dries
heeft het voor de voet verder uitgewerkt.
Head ontdekte aan het eind van de vorige eeuw de segmentale
opbouw van het lichaam en de relatie tussen organen en dermatomen, die geinnerveerd worden door zenuwen, die hun oorsprong
hebben in het zelfde rugwervelsegment. (fig.7a). Zoals we
gehoord hebben,wordt volgens Jan Dries het lichaam op de voet
geprojecteerd volgens dit principe, segmentaal (fig.7b). Ik
zelf vind het een zeer 'aantrekkelijke' hypothese, maar vraag
me toch af in hoeverre de theorie op feiten is gebaseerd en
inhoeverre de feiten op de 'aantrekkelijke' theorie?
Veel zones van de anatomische kaart komen ongeveer overeen met
de zones volgens de segmentaal opgebouwde kaart, dus op basis
van deze zones zouden beide theorien kunnen. Er zijn natuurlijk ook verschillen, vooral daar waar de ligging van de
organen opvallend naar beneden of boven is verschoven ten
opzichte van de uittree plaats van de spinale zenuw, die ze
innerveert. De dunne en dikke darm zijn hier een goed voorbeeld van. Maar zelf bij deze organen zijn de zones min of
meer op de zelfde locaties volgens beide systemen( fig.8),
omdat de innervatie van de dunne en de dikke darm elkaar
overlappen. (nl. Th 6 -th 11 en Th 9- L 1).
U ziet, ook nog twee toch wel behoorlijk verschillende theorien, die nauwelijks beide waar kunnen zijn, en die beide
gebaseerd zijn op vaak dezelfde ervaringsfeiten en door interpoleren tot een kaart en bijbehorende theorie gevormd zijn.
Hypothesen dus, zonder dat precies duidelijk is waarop ze
gebaseerd zijn.
Het zou zelfs zo kunnen zijn dat de organen die geinnerveerd
worden van uit de wervelsegmenten th 9 en lager op de voet te
vinden zijn en de organen die door Th5 en hoger geinnerveerd
worden op de handen of gezicht, daar door sommige onderzoekers
is aangetoond dat de sympathische verschijnselen ( vasomotoriek,sudomotoriek, pilomotoriek en trofisch invloeden,(veran-
derde consistentie, elasticiteit van de huid)) op deze manier
verdeeld waargenomen kunnen worden bij prikkeling van de
zenuwen uit genoemde segmenten.Ik laat hier als voorbeeld de
sudomotorisch phenomenen zien (volgens van Cranenburg 1985/-87) (fig.9).
We zijn, denk ik, nu zover in het professionaliserings-proces,
dat we onszelf verplicht zijn, zolang we welke kaart dan ook
'gebruiken' de bruikbaarheid van bepaalde zones voor bepaalde
delen van het lichaam te gaan onderzoeken . En bovendien zal
het verstandig zijn de grootst mogelijke voorzichtigheid te
betrachten bij het vastkoppelen van een projectietheorie aan
de therapeutische en diagnostische bruikbaarheid van bepaalde
zones.
De klinische bruikbaarheid kan onderzocht worden en gedocumenteerd. Ik wil daar wat suggesties voor geven. Er moet om
dit te bereiken aan goed gedocumenteerde voetdiagnostiek
gedaan worden. We kunnen ons kritisch afvragen wat de verschijnselen aan de voet precies zijn die we constateren. Er
zijn twee categorieen van verschijnselen, die meestal niet
voldoende duidelijk onderscheiden worden. Te weten: A:verschijnselen die de therapeut kan constateren: verandering in
de huid (roodheid,zogenaamde puffiness enz), en verharding van
de huid of het subcutane bindweefsel of spierweefsel, veroorzaakt door somatische (spier) of sympatische (huid) innervatie. En B: zones die bij palpatie pijn veroorzaken zonder dat
de therapeut dat kan constateren, louter sensibel dus of gecombineerd sensibel/sympatisch.
Ik wil ter verduidelijking één voorbeeld noemen. Waar over het
algemeen de nierzone gelocaliseerd wordt, kan een verharding
gevoeld worden, die bij enige druk heel pijnlijk kan zijn.
Maar wat is er nu eigenlijk op de voet aan de hand, waardoor
we dan concluderen dat het niergebied overbelast is. Dat wordt
nergens beschreven en dat is nu juist nodig op een manier die
exact is en voor zowel reflexzonetherapeut als ieder ander in
de medische wereld, alternatief en regulier, ondubbelzinnig.
We zullen moeten bepalen of het hier gaat om verharding in de
musculus flexor digitorum brevis, die precies op die plaats
zijn buik heeft (fig.10a), of het het periost van de basis
ossis metatarsalis II is (fig.10c), die de pijn veroorzaakt of
dat de elastisciteit in het subcutane weefsel minder is dan
voor gezond gehouden wordt. En is het dit laatste, dan zullen
we volgens een adequaat systeem van plaatsbeschrijving de
cutane zone moetem localiseren.
We zullen kortom dezelfde taal moeten gaan spreken en duidelijk definieëren om ooit die ‚ne kaart te kunnen krijgen die
het positieve antwoord op de door mij gestelde titelvraag waar
zal maken, een kaart die niet op hypotheses berust.
Maar, als dit verhaal naar uw smaak te theoretisch is, voel u
dan alstublieft vrij om voorlopig de kaart geheel te vergeten. De therapie zal net zo effectief zijn.
Dank u voor uw aandacht.
Verantwoording afbeeldingen:
fig.2 uit ICR Transcript, Vancouver September 1995
fig.5 uit Terry Oleson and William Flocco, Randomized Controlled
Study of Premenstrual Symptoms Treated With Ear,
Hand and Foot Reflexology in Obstetrics and Gynecology 1993;82:906-11
fig.6 uit Ren‚ j. Bourdiol, R‚flexothérapie somatique,
Maisonneuve 1983
fig.9 uit B. van Cranenburgh, Segmentale verschijnselen,
Utrecht/Antwerpen 1987